maandag 29 februari 2016

Marcel Jouhandeau -- 28 februari 1971

• Marcel Jouhandeau (1888-1979) was een Franse schrijver. Een selectie uit zijn dagboeken is verschenen in de reeks Privé-domein. Vertaling: Hepzibah Kousbroek.

* Tot gisteravond, 27 februari 1971, wist ik niet hoe ver de gierigheid en de ondankbaarheid van mijn echtgenote jegens mij gingen. Hoe kan ik haar voortaan met dezelfde ogen zien? Men kon haar nog zo onmenselijk vinden, haar buitengewone wil om te overheersen was indrukwekkend.
Deze laatste tien jaar, sinds wij in het park van Malmaison wonen, heeft ze doorgebracht met gejeremieer over armoede, mij dwingend alle kosten op me te nemen, van het huishouden tot en met haar persoonlijke belastingen, en nu hoor ik dat zij over een slordige tien miljoen in goud beschikt, in een kluis van de Société Générale. Om de eindjes aan elkaar te knopen verkocht ik met bloedend hart mijn schilderijen, mijn manuscripten, waarmee ik me nog de spot van Le Figaro op de hals heb gehaald. Goed beschouwd is Elise dus verantwoordelijk voor de hoon die Monsieur Bouvard over mij uitstortte.
Wanneer men bedenkt dat deze reserve van edel metaal is gestart op het moment dat ik de firma Singer het gebouw heb moeten verkopen dat nog steeds in Guéret het plaatselijke kantoor is van deze luisterrijke firma, dan is er reden om verontwaardigd te zijn. Ik zie Elise nog in 1939 de hand leggen op de opbrengst van tweeëneenhalf miljoen. Van dat bedrag heb ik slechts met moeite vijftigduizend in handen gekregen, die ik besteedde aan de aankoop van de Mémoires van Saint-Simon, in de reeks Grands Ecrivains.
De details die mij over deze langdurige spaaractie ter ore komen verbijsteren mij. Een paar jaar geleden zou Elise, bang voor haar goud, met behulp van een vriend en een vriendin die in het complot zaten, het uit de kluis van de Société Générale hebben gehaald en het in onze tuin hebben begraven. Op die dag schijnt men mij voor de een of andere verre besogne te hebben weggestuurd, en opnieuw, toen men het opgroef om het weer op de bank te zetten. Ik zie mijn schraapster voor me, met de schep in de hand, op de uitkijk voor nieuwsgierigen.
In haar testament eist ze dat dit vermogen, waarvan ik tot nog toe geen weet had, op de Caisse des Dépots et Con-signations wordt gestort, om voor de opvoeding van Mare te worden gebruikt.
Ik kan me alleen maar verheugen over al het geluk dat ten deel valt aan een kind dat ik boven mezelf liefheb. Dat neemt niet weg dat een dergelijk gebrek aan vertrouwen, aan eerlijkheid, van een vrouw die aan mij zoveel, om niet te zeggen alles, te danken had, mij alleen maar dodelijk kan raken. Wanneer ik denk aan mijn vrienden die hier van wisten en er medeplichtig aan zijn geweest, dan moet ik mij wel beledigd voelen, alleen al door hun zwijgen.

* Het ontbreken van iedere ondeugd die haar zou verzwakken was bij Elise evenredig aan haar gevoel voor absoluut voordeel.
Zo heeft ze het geheel van haar persoonlijkheid, van haar wezen behouden, net zoals ze in het geheim haar kapitaal, haar vermogen heeft laten groeien. In haar kwam de wil tot macht op de eerste plaats, bepaalde de meeste van haar genegenheden, die ze uitdeelde als een vorst in zijn hof.
Niemand heeft haar ooit zien roken of alcohol drinken. In haar jeugd heeft ze in perverse kringen vertoefd, zoals een hermelijn, zonder ooit bevuild te raken. Het was voor haar een soort triomf zich te laten benaderen door zwakken zonder zelf te verzwakken.
Het is vreemd te denken dat ze zich haar hele leven met homoseksuelen heeft omringd. Alleen bij mij gaf die homoseksualiteit haar het recht alles te nemen zonder iets terug te geven.
In de verhalen over haar jeugd en in de herinneringen die ik heb van onze intieme verhouding, toen wij nog vurige minnaars waren, valt niet te ontkennen dat ze af en toe een voorliefde voor scatologie, voor liederlijkheid aan de dag legde. Het infame boeide haar als object van verwondering, zonder er lang bij stil te staan. Het uitstoten van kak door onze lichamen fascineerde haar, als een onwaarschijnlijke gebeurtenis. Tegelijkertijd ken ik geen voorbeeld van iemand die zo een perfecte hygiëne in acht nam als zij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen