zondag 22 januari 2017

August von Platen -- 23 januari 1816

August von Platen (1796-1835) was een Duitse schrijver. Dagboeknotities van hem zijn verschenen als Memorandum meines Lebens, en in het Nederlands vertaald (door C.R. Vink) als Memorandum van mijn leven.

10 januari 1860, München
Het carnaval is nu begonnen, met al zijn festiviteiten; ik doe nergens aan mee. De grote wereld daarbuiten is me nooit smakelozer voorgekomen dan nu. Die geestesgesteldheid is het, die me gisteren een poëtisch epistel in terzinen ontlokte, gericht aan Gustav Jacobs, dat ik hem met mijn volgende brief zal toesturen. Ik moet bekennen dat het mijn epistels zijn waarover ik van al mijn dichterlijke producten het meest tevreden ben.

16 januari 1816, München
Wat voor onpeilbare diepten heeft toch ons hart, wat voor nuances, wat voor gradaties in liefde en genegenheid! Een hele toonladder omlaag, van die personen die me het dierbaarst zijn tot aan de geringe belangstelling die ik voor sommige, me bijna onverschillige mensen heb. Maar het beeld van B. staat helemaal bovenaan, al vind ik het nergens. Vaak schuiven er de gelaatstrekken van * voor in de plaats, want die zie ik dagelijks en graag, en daardoor krijgt mijn denken aan hem steeds nieuwe impulsen. Maar ik ben alleen op hem gesteld omdat hij een knappe, beminnelijke man is, en omdat ik een keer van * heb gehoord dat hij een liefhebber van poëzie is.

23 januari 1816, München
O lezer, wie ge ook mag zijn, die ooit wellicht deze bladzijden onder ogen krijgt, oordeel niet te streng over mij. Betitel dit antwoord aan mezelf niet als eigenliefde en zelfgenoegzaamheid; bedenk veeleer dat zulke fantasieën en deze komische briefwisseling de enige troost zijn die mij rest. Vergeef me dat ik uit naam van een geliefd wezen aangenaam klinkende woorden aan mijzelf heb gericht. En mocht gij gevoeld hebben zoals ik, o dan zult ge mijn armzalige verzen gevoelvol vinden en ze graag lezen. Mijn dromen moeten me te hulp schieten, want mijn hoop wordt met de dag zwakker; toch is het verre van me, op te geven.

Marjet van Zuijlen -- 22 januari 1999

Marjet van Zuijlen (1967) is een Nederlandse voormalig politicus. In 1998/99 hield ze een journaal bij dat is gepubliceerd als Retour Nijmegen-Den Haag. Dagboek van een politica (2000)

Vrijdag 22 januari 1999
Ik ga op werkbezoek naar buurgemeente Arnhem. Dat is een precaire aangelegenheid want Nijmegen en Arnhem zijn aartsrivalen. Ik ken een dergelijke irrationele vijandschap uit mijn jeugd. Ik heb van mijn zevende tot mijn achttiende in het dorp Lonneker, een onderdeel van de gemeente Enschede, gewoond. Daar moesten ze niets hebben van mensen uit Hengelo. Ik heb me daar nooit iets bij kunnen voorstellen. Ook nu niet. Mijn zus woont in Arnhem en ik vind het een mooie stad. Alleen haat ik natuurlijk Vitesse.

Zaterdag 23 januari 1999
Vandaag moet ik naar Zutphen. Met de trein blijk ik al binnen veertig minuten op de plaats van bestemming te zijn, een modern restaurant aan de IJssel met uitzicht op de oude brug. In het
zaaltje hebben zich om tien uur toch al zo'n veertig mensen verzameld. Het zijn voornamelijk gewestelijk afgevaardigden uit de provincies Gelderland en Overijssel. Het is verbazingwekkend, maar we discussiëren een uur geanimeerd over de beginselen van de sociaal-democratie. Ik heb me verlost van een overiden-tificatie met het eindrapport Rode draden en voel me thuis bij het onderwerp. Eerlijkheid duurt in dit vak het langst. Tenminste, als dc politicus niet alleen zijn hoofd, maar ook zijn ziel deze tijdelijke roeping wil laten overleven.
Er is slechts één querulant in de zaal. Die vindt dat dePvdA maar eens flink op z'n bek moet gaan, dat de yuppen aan de macht zijn, dat er alleen wordt afgebroken en niet wordt opgebouwd en dat de strijd- en verzetscultuur ten onrechte is verdwenen ('Waar zijn verdomme de rode vlaggen'). Verder een gemengd (wat ouder) publiek [...]

John F. Kennedy -- 21 januari 1961

• Op 20 januari 1961 werd John F. Kennedy (1917-1963) beëdigd als president van de Verenigde Staten. Op 21 januari had hij het nogal druk: dit waren zijn afspraken.

The president's appointments
Saturday, january 21, 1961

After midnight - The President continued to make the rounds of the Inaugural Balls.

2:00 am - Arrived at the home of Joseph W. Alsop for private party. Among the guests were Mr. and Mrs. Earl E. T. Smith (Mr. Smith is former Ambassador to Cuba)

3:21 am - Departed home of Joseph W. Alsop and motored to the White House.

3:40 am - Arrived at the White House.

8:52 am - The President arrived in the office.

9:00 - 9:25 am - Hon. P. Kenneth O'Donnell (The President and Mr. O'Donnell visited the various offices on the first floor, then returned to the office).

9:25 - 9:45 am - Brig. General Andrew J. Goodpaster

9:45 - 9:55 am - Hon. Andrew Hatcher (With photographers - for picture-taking in the President's office)

10:00 am - The President went to the entrance of the West Lobby where he greeted Hon. Harry Truman

10:02 - 10:10 am - Hon. Harry Truman

10:10 am - The President and former President Truman went to the Mansion.

10:24 am - The President returned to the office.

10:41 - 10:55 am - To the Mansion. Returned to the office at 10:55 am.

11:00 - 11:06 am - Mayor and Mrs. Richard Daley Chicago, Illinois and children: Patricia, 22 Mary, 21 Eleanor, 19 Michael, 17 Bül, 13 John, 13 (Picture taken with the President)

11:06 - 11:15 am - Hon. Theodore Sorenson Special Counsel to the President
Hon. Myer Feldman Deputy Assistant to the Special Counsel

11:15 - 11:17 am - Hon. P. Kenneth O'Donnell
Mr. William J. Hopkin» Executive Clerk of the White House

11:30 - 11:40 am - Dr. Janet G. Travell

11:45 - 12:08 pm - Mr. John Bailey
Hon. P. Kenneth O'Donnell

12:08 - 12:20 pm - Hon. P. Kenneth O'Donnell
Hon. Ralph Dungan Special Assistant to the President
Hon. Lawrence O'Brien Special Assistant to the President

12:55 pm - The President departed the White House and motored to the Democratie National Committee for meeting.

1:00 - 1:40 pm - At the Democratie National Committee Headquarters.

1:45 pm - Returned to the White House.

4:00 pm - The President went to the East Room of the Mansion for the Swearing-in Ceremony for Cabinet Members. The following were sworn in:
Hon. Dean Rusk  - Secretary of State
Hon. C. Douglas Dillon - Secretary of the Treasury
Hon. Robert B. McNamara - Secretary of Defense
Hon. Robert F. Kennedy - The Attorney General
Hon. J. Edward Day - The Postmaster General
Hon. Stewart L. Udall - Secretary of the Interior
Hon. Orville L. Freeman - Secretary of Agriculture
Hon. Luther H. Hodges - Secretary of Commerce
Hon. Arthur J. Goldberg - Secretary of Labor
Hon. Abraham A. Ribicoff - Secretary of Health, Education and Welfare
Hon. Adlai E. Stevenson - United States Ambassador to the United Nations
Members of the aboves' families attended the ceremony.

7:00 pm - The President departed the White House and motored to the Statler Hotel to attend the Alfalfa Club Dinner.

vrijdag 20 januari 2017

Shireen Strooker -- 20 januari 1974

Shireen Strooker (1935) is een Nederlands actrice en regisseuse. In 1974 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad een week lang een 'Hollands Dagboek' bij.

Zondag [20 januari]
's Morgens naar het bos geweest. Heel stil. Peter [Faber] zei: 'Net of er hier heel veel gebeurd is, veel lawaai, vreemde wezens en nu is het even pauze.' Daantje lijkt weer erg op een kabouter. Bezig met stokjes, kuilen graven, net doen of hij enge beestjes heeft gevangen, dan houdt hij stijf z'n handje dicht. Jesse lijkt op een dikke wasbeer, kruipend door de bladeren. Met Daan en vriend, lijfspraak gespeeld. Moeilijk om verschil te laten zien tussen verlegenheid, verliefdheid en bewondering, bij Devi zie ik het altijd meteen. In de roos is het dan. 's Avonds met Peter de rotzooi van de hele week uit de tas gegooid, nieuwe week besproken, wanneer wel en wanneer niet thuis eten etc. Op D en J's kamer heeft Bel stiekem een prachtig houten mannetje opgehangen, die heeft ze vandaag op de kinderboerderij gemaakt. Met de figuurzaag; voor 't eerst dat ze het leuk vond, zegt ze. Ik ben heel blij met dat mannetje, zo'n lieve, dikke goeierd, net Jesse. Ik voel me als een blok, dat wil slapen, slapen. Dat gebeurt voor mijn gevoel altijd te kort, zo is het denk ik met het leven ook, als het zover is.

Maandag
Acrobatiek is altijd een lekker begin van de week. Cor was alleen, Rijk is wel uit het ziekenhuis. De laatste serie die we deden bleef je echt minutenlang in de lucht: snoekje vooruit - staan in de handen - zitten in de handen als Boeddha - snoekje achteruit - staan in de handen etc. Toen ik aan de beurt was, dacht ik: niet denken. Cor zegt, dat het kan, dus gewoon doen en toen was het heerlijk. De Como-brothers, hebben zelf een ijzersterk nummer, wat ze overal spelen in variété programma's, ook in het buitenland, geven ons, vanaf het begin — 3 Vi jaar geleden — les. De liefste mensen die je je kunt voorstellen.
De groepstraining van Rendel ging heel leuk. Elkaar vragen stellen over een onderwerp. Rense wou mij vragen, hoe het is om met elkaar getrouwd te zijn en samen bij het Werkteater te zitten. Leuke vraag. Doordat ik eerlijk probeerde te antwoorden, kwam ikzelf ook achter bepaalde dingen die ik niet wist. De bedoeling was, dat we moesten opletten op degene die de vragen stelde, gaat hij goed op iemand in of brengt hij hem van zijn gedachten af. Heel nuttig voor ons. Bij vergaderingen etc. is het nog moeilijk voor ons om echt naar elkaar te luisteren. Wel veel beter dan eerst, toen was het helemaal een puinhoop. Daarna hebben Peter en ik pyjama's voor D en J gekocht en pannen, beide waren op. In een warenhuis voel ik me altijd na vijf minuten al misselijk en duizelig. Nou ga ik tegen de grond, dacht ik. Alles duurde zo lang. Met drie pyjama's en drie pannen naar huis. Kleintjes in bad, met Devika over de dag praten, opruimen, zuigen, was uitzoeken. Mens van goede wil gezien, wat is dat goed! Om Hugo moet ik huilen. Heel raar. Ik herken dingen van mezelf in die Tijs. In bed naar Ray Charles geluisterd. Goed liedje over understand-ing between a boy and a girl.
Welterusten.

woensdag 18 januari 2017

Frederik van Eeden -- 19 januari 1908

• De Nederlandse schrijver en psychiater Frederik van Eeden (1860-1932), hield naast een uitgebreid dagboek ook een dromenboek bij.

19 januari 1908, Villa Ilonka
Na een drukken tijd met veel activiteit naar buiten, gister ontspanning met inkeer, neerslachtig, maar diep-rustig, een verademing. Ik wist dat de heldere droom komen zou.
En hij kwam ook, lang, herhaald, tegen den morgen.
Het begon met bloemen, een bloemkweekerij - Groenewegen, mij lief uit mijn jeugd, en vaak voorwerp van droomen, in eigen licht - en toen het naar buiten gaan, en de wijde horizonten. Het was een voortdurend wisselen van binnenskamers, binnenstads, en buiten. Zoodra ik besef kreeg bedacht ik wat ik doen zou, en herinnerde mij het plan Nellie te roepen. Ik deed het luid en herhaaldelijk, wel twintig malen, maar ik zag geen gestalte die op haar leek, wel een groot aantal demonen. Nooit zag ik zooveel demonen, een stad vol. Ze waren niet bizonder griezelig, en ik had ook geen heftigen strijd. Maar ze waren veel talrijker dan ik ooit gezien heb. Soms was een enkele brutaal, en moest ik met slagen optreden. Maar zeldsaam. Een die ik gestraft had zag ik voor mij uit mijn weg bevuilen met faeces, en deurknoppen enz. besmeren die ik moest aanraken. Ik zag toen voor mijn oogen doen wat men anders alleen als effect ziet - de faecesdroomen.
Ik voelde gelukkig en verruimd, en zag ook prachtige vergezichten.
Ik kwam in een zaal vol wezens, waar het zeer imposant en mooi was, en ik voelde dat dit geen gewone, lage demonen waren, maar wezens van een hooger orde. Ze zaten als in een senaat, ernstig en zwijgend.
Maar andere echte demonen lokten mij met sexueele verleidingen, lubrieke houdingen en woorden. Ik wist echter en zag ook dat ze in 't geheel geen sexe hebben. Ik zeide ook tegen een die mij verleiden wou: ‘je bent man noch vrouw’ Maar hij zeide dat dat geen bezwaar was. Eindelijk zag ik er, die klein waren en niet anders dan een groot oog, dat op den grond lag.

Des morgens was ik opgeruimd en goed in evenwicht.

dinsdag 17 januari 2017

Dorothee -- 18 januari 1994

Dorothee uit Duitsland was in 1993 veertien jaar oud.

18. Januar 1994
Ich habe im Moment zwei Schwärme. Also der erste ist nicht so heikel. Er heißt Micki. Er geht in die 13. Also mit meinem Bruder. Und das ist es auch. Ich könnte auch praktisch nicht mit ihm zusammen sein, weil sonst mein Bruder alles mitkriegen würde. Und wenn ich warte, dann hat er Abi und geht.

Der zweite Junge ist etwas ganz anderes. Er geht in meinen Jahrgang und ich habe ihn auf einer Fete in letzter Zeit kennengelernt. Zuerst fand ich ihn gar nicht so toll, nur Sabine war besessen von ihm. Aber heute hab ich mich in ihn verliebt. Er heißt Lars Schmidt, genannt Schmitti. Wenn Sabine das hier lesen würde!!!

Also heute nach Spanisch bin ich allein mit dem Fahrrad vom Schulhof und als ich beim Tor anhalten musste, ist meine Schultasche vom Gepäckträger gefallen. Ich hab nur gelacht, denn es war mir peinlich, weil er da noch stand, nachdem er mich gegrüßt hatte. Dann habe ich die Tasche nicht wieder richtig drauf gekriegt. Und dann bin ich über mein Fahrrad gestolpert, hab mich aber noch abgestützt. Es war mir so peinlich und als ich wieder aufsah, stand er neben mir und hat irgendwas gefragt, ob ich Hilfe bräuchte oder so. Ich hab wieder gelacht. Dann hat er gefragt, wo ich wohne! Vielleicht wollte er unbedingt wissen, wo ich wohne.

Ich will nicht fies sein, aber es würde Sabine recht geschehen, wenn sie das hier lesen würde, dann würde sie nämlich merken, dass sie total nicht anziehend auf Jungs wirkt. Das kommt von den Klamotten, sie kleidet sich so normal! Dann von ihrem hässlichen Gesicht, von ihrem ekligen Körper und vor allem von ihrem Charakter. Sie macht nie Witze, labert irgendwas, was keinen interessiert, hat Mundgeruch dabei, ist schlecht in der Schule, versucht verkrampft cool zu tun und lässt sich von ihren Eltern total unterdrücken. Sie ist so schlecht in der Schule, dass sie vielleicht abgehen muss. Ich trau mich keinem zu sagen, aber so supertraurig wäre ich gar nicht, weil sie manchmal so peinlich ist und außerdem hätte ich dann bessere Chancen bei Schmitti.

Ich liebe ihn so. Aber eigentlich habe ich überhaupt keine Chancen bei irgendwem. Es macht mich so unglücklich, dass ich keinen Busen habe. Das ist mein so ziemlich einziger wunder Punkt und das nutzt Sabine gelegentlich aus, weil ich sonst wirklich in allem besser bin.

Ich darf echt keinem was erzählen, sonst könnte Sabine was erfahren. Das ist echt hart. Aber ich habe bessere Chancen (na toll) bei ihm, weil er von Andy und Karsten weiß, dass sie ihn gut findet. Ha! Und er mag sie jetzt nicht mehr so gerne. Kein Wunder.

Aber Micki (süßer Name) ist auch sooooo süß, nur leider schon voll alt (19 Jahre), glaub ich. Ich kann mir irgendwie genau vorstellen wie es ist einen Jungen zu küssen. Aber ich möchte es so gerne mal! Naja, Ciao.

P.S. Habe am 3. Dezember 1993 meine Regel gekriegt.

maandag 16 januari 2017

May Sarton -- 17 januari 1973

• May Sarton (1912-1995) was een Amerikaanse schrijfster. Een van haar bekendste werken is Journal of a solitude - dat in het Nederlands is vertaald (door Marie Luyten) als Eenzaamheid.

17 januari
Dertig graden onder nul toen ik om zeven uur opstond. Zelfs in de zitkamer was het onder de twintig (thermostaat op vierentwintig gezet) en ik was zo bang dat Punch zou sterven van de kou dat ik allereerst de open haard heb aangemaakt; ik heb er ontbeten om zelf ook warm te blijven. Het is trouwens hartverwarmend om de kap van Punch' kooi af te halen en zijn juichkreten te horen van verrukking dat hij weer 'eruit' is, en vervolgens zijn lieve woordjes als hij zichzelf in de spiegel ontmoet. Hij is een heel goede waakhond of 'waakpapegaai': dit is het tijdstip waarop de honden uit de buurt langskomen voor hun ochtendboodschap, en Punch vloekt heel boos als er een in de tuin komt.
Het is nu negen uur. Ik heb mijn bed opgemaakt met schone lakens, aardappels geschild en geblancheerd, erwten gedopt, en dingen voorbereid voor het diner van zondag, daar K. Martin komt.
Net toen ik mijn grimmige beoordeling van de afgelopen week aan het schrijven was, gisteren voor het avondeten, kwam een auto aanrijden en kreeg ik een doos met narcissen, blauwe lissen, en wilgekatjes overhandigd, plus nog eens drie gele rozen, van Anne Woodson, die schat, om te vieren dat A Grain of Mustard Seed, de nieuwe gedichtenbundel, uit is. Het boek kwam gisteren aan en droeg zijn steentje bij aan de chaotische versnippering van mijn dag, want ik moest natuurlijk eerst exemplaren inpakken om naar vrienden te versturen. Het gaf me een verlaten gevoel om alleen te zijn met deze nieuwe baby, om niemand te hebben aan wie ik hem kon laten zien. Ik pakte het boek op en draaide het om en om... een merkwaardig boek, voor een merkwaardige tijd, de verschrikkelijke jaren zestig van de moorden en de vernietigde hoop met betrekking tot de oorlog, de getto's, de werkeloosheid, alle plagen die ons kwellen.
Het is prachtig om voorjaarsbloemen in huis te hebben terwijl het buiten zo vreselijk koud is - een glinsterende dag, de lucht heeft dat doordringende blauw van de gebrandschilderde ramen van de kathedraal in Chartres. De zon legt lange banen licht op de vloeren, maar de kilte komt ongemerkt naar binnen. De kou put me uit.