maandag 5 december 2016

Vic van de Reijt -- 6 december 2001

Vic van de Reijt (1950) was in 2001 uitgever bij Nijgh & Van Ditmar. Hij hield op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands dagboek' bij ter gelegenheid van de verschijning van zijn Nederlandstalige Cover Top-100.

Donderdag [6 december]
De hele ochtend overleg met bureauredacteur Marion Hoff en samensteller Kick van der Veer over de liedteksten van Ramses Shaffy in onze mooie Pluche-reeks. Hoe gaan we ordenen, chronologisch per album of toch maar alfabetisch, en moeten de liedteksten die anderen voor hem schreven vervallen? Maar wat doen we dan met zijn lijflied `Laat me', een compositie van Herman Pieter de Boer. De Van den Ende Foundation heeft helaas ons subsidieverzoek per kerende post geretourneerd, en dat betekent voorlopig uitstel van de publicatie.
Karin Spaink komt haar exemplaren afhalen van De dood in doordrukstrip, haar wijze en mooi opgeschreven beschouwingen over dood, euthanasie en zelfmoord. Ze is op weg naar de uitspraak in de zaak Sutorius en ze is er niet gerust op. Ook ik ben gejaagd: in de blauwe koffiekamer van Carré wordt zometeen de Cover Top-100 gepresenteerd.
Het blijkt een perfecte ambiance. Harry Slinger zingt zijn Bob Dylan-bewerking `Ik verveel me zo (in Amsterdam-Noord)', Jan Rot schittert met `La Mamma' en Jacques Herb verslikt zich tot groot vermaak van iedereen in de coupletten van `Manuela'. Friso Wiegersma, de schrijver van `Het dorp', krijgt het eerste exemplaar van boek en box, waarna de aanwezige artiesten volgen: de legendarische Tobi Rix (van de toeteriks), Ria Valk, Conny Vandenbos, Max Woiski jr., Johnny Lion, tweederde van het Cocktail Trio en driekwart van de Fouryo's, de covergroep van `Zeven leuke meisjes' en `Zeg niet nee'. Ik sluit vriendschap voor het leven met zangeres Joyce Schouten en even later zie ik mijn vader (1914) hetzelfde doen. Nagenieten met de hele Brabantse familie. Alle restaurants rondom Carré zijn volgeboekt, maar Da Pasquale in Landsmeer biedt uitkomst. Veel beter eten en volop plek. Tot diep in de nacht ben ik bezig een platenkoffertje voor Barend & Van Dorp samen te stellen, want daar moet ik live gaan draaien.

zondag 4 december 2016

Anneke Bosman -- 5 december 1945

• De Nederlandse Anneke Bosman zat in de oorlog in een interneringskamp in Indonesië. Ze hield in die periode (en daarna) een dagboek bij.

28-11-1945
Vanmiddag dronken we thee met kwee-talem [soort koekjes] op het balkon, toen er opeens geschoten werd. Aansluipende Gurkha’s kwamen voorbij. Auto’s werden beschoten. Een militaire auto met een mitrailleur kwam vanaf de Dagoweg en reed de Ireneboulevard in, maar hij deed verder niets. Vanuit de kampong duurde het schieten voort. 's Avonds kwamen er vluchtende mensen van de buitenste huizen voorbij. Ze zagen de gewapende inlanders aankomen. Toen hebben wij ook onze koffers beneden klaargezet.
Het schieten werd al heviger en heviger. Een hele harde knal dichtbij. We vluchtten naar het Lyceum op de Dagoweg. Onze koffers op en aan een fiets en Bellakroontje in een mandje. De kogels floten om ons heen. Een oranje pak met spullen bleef in de tuin liggen en ook de deur vergaten we op slot te doen. Vlug, vlug weg! Vele anderen vluchtten met ons mee. In het Lyceum werden we in de aula opgevangen en daar kregen we op het toneelpodium een slaapplekje op oude gordijnen en het mandje met de kip op een stoel.

29-11-1945
Vanmorgen vroeg weer terug naar “Beatrix”**. Alles was in orde. Zelfs het oranje pak lag er nog. Daarna konden we met de auto van dr. Stibbe naar het paviljoen van het Ursulinenklooster. Fam. de Ridder verhuisde naar de Bandastraat en fam. Mandersloot naar Tjihapit. Sinds gisteren heb ik weer geelzucht en is mijn eetlust bijna weg.

5-12-1945
Een echte St. Nicolaas en drie Pieten kwamen langs en strooiden uit zakken. Ze deelden zelfs pakjes uit. (Wouter deed helaas net zijn middagslaapje). Onze drie jongens kregen samen een mooie Amerikaanse trein met rails en een leuke veldfles, gemaakt van een klapperdop. Roelie, Heleen en ik ieder een handwerk en een gesp. Mam een handtas met voor ieder een servet. 's Avonds laat kregen we nog twee Australische pakketten met toiletartikelen en andere nuttige dingen. Geen schoenen helaas. Een paar dagen werden er allerlei blikjes uitgedeeld. Mmmm! Spek, boter, haring, melk en pakjes biscuits.



** 10 november: "We namen intrek in huize “Beatrix”, ons eigen huis aan de Beatrixboulevard, dat nog redelijk goed de oorlogstijd had doorstaan."

Nescio -- 4 december 1953

Nescio (J.H.F. Grönloh, 1882-1961) was een Nederlandse schrijver. In zijn Natuurdagboek (1946-1955) deed hij verslag van onder meer zijn wandelingen.

4 December Vrijdagochtend. Wou naar Loenen maar miste de bus, ook betrok het wat. Toen maar even heen en weer naar Muiden over de Mauritskade en langs het Oosterpark. Een gele vlek in de wolken onder de zon (twee maal). Weer even dat gevoel van avontuur! Wat herfst-tristesse, maar goed zicht. Weesp zeer rustig op de horizon, eerst de oude kerk rechts, daarna links van de nieuwe. Betlem wat schraal en nuchter in dit weer. Een teere zee, bijna één met de lucht. Durgerdam zeer wazig. Bij Muiden over het land naar Hilversum gekeken, waar vroeger de beschaving huisde naar ik dacht (40 à ruim 50 jaar geleden). De 2 torens heel klein en ver, in een wazig koperen horizon, zoo leek het nog wat, over die breeë sloot met een knak en opzij van al die kleine populiertjes bij den weg en het verstrengelde wilgenbosschage. Terugrijdende eens achteruit gereden en tusschen de wilgen een mooi lang wit stuk van de Gaasp gezien (even voor de Diem, van Muiden gerekend.) Ruim 11 uur thuis.

Max de Jong -- 3 december 1950

Max de Jong (1917-1951) was een Nederlandse dichter. Zijn dagboeken zijn onlangs gepubliceerd.

Zondag 3 december
De hele dag zitten corrigeren. Resultaat 2 1/2 vel is gelijk een tientje.
Bk.* Evelientje was er! Joost sprak iets met haar af omtrent de pick-up voor Woensdagavond. Ze vertrok om 7 uur.
Geschaakt met Frans, Jaap L. en Siem en Loek P. als toeschouwer. Het schaken was prettig, maar ten aanzien van Evelientje heb ik me weer eens hopeloos blootgegeven. 'Als je vues op een meisje hebt, moet je altijd zorgen, dat ze een even aantal minnaars heeft,' zat ik te beweren, en een zo fraai geciseleerd aphorisme wordt door die ongeletterde hufter van een Frans dan niet eens gewaardeerd.
Om 9 uur op het uitstekende idee gekomen, om naar Evelientje te gaan. Hans en Thea waren er, keken elkaar aan en gingen weg. Ze heeft zich ontloofd!! Klaagde, dat de verkoopsprijs van een ring zoveel lager was dan de inkoopsprijs. Voorts vindt ze Joost vervelend^ maar hij heeft haar dan toch maar vast mogen zoenen. Het ging bij hem zo zonder enige romantiek. Hij heeft met mate op mij afgegeven (ik was indiscreet en roddelde). Ik heb er van 9 tot 2 gezeten. Alleen maar gepraat. Zij is polygaam. Stelt zich voor nu te leven en later pas te trouwen. Maar wel maar met een tegelijk. Ik heb gepoogd, haar mijn combinatie van true love en light love uiteen te zetten. Kon niet goed uit mijn veel te vele woorden komen. Zij wierp tegen, dat je bij iedere nieuwe verhouding toch weer op een absolute liefde hoopt.
Ze vindt Joost vervelend, Frans wat meer, maar toch ook maar matig en W.W. ook.
Tenslotte dan afgesproken, dat ik volgende week Woensdag bij haar kom eten. En dat we dan Donderdag naar tante Mia gaan. Zij kent de schrijver van den Aardweg, is een jaar of veertig. Ik nog even teruggegaan, om haar een rijksdaalder te lenen. Toen keek ze van nou zul je het hebben. Zij komt niet op het Sinterklaasfeest -moet naar haar vader.

Maandag 4 december
Woensdag promoveert Jan.
Gisteren toen ik van Evelientje kwam naar bed gegaan en vandaag uitgeslapen. Vanmiddag maar 1 vel gedaan.
Bk. Tegen Joke een beetje bot gedaan. Ik had met Frieda willen praten, maar kan haar niet alleen krijgen. Geschaakt met Siem. Van het lange wachten een schaakhoofd gekregen en weer naar bed gegaan.
N.B. Het geld uit Wageningen blijft uit.

Dinsdag 5 december, zijnde Sinterklaas
Weer uitgeslapen. Vanmiddag iets voorspoediger gewerkt dan gisteren — weer een vel gedaan.
Bk. Vanwege de Sinterklaas practisch niemand.
's Avonds de krant gelezen en 's nachts nog een vel gedaan.



* De Jong zat vaak in eetcafé De Nieuwe Biekorf, dat vlak na zijn dood is opgeheven. Dat etablissement werd voornamelijk bezocht door studenten, journalisten, halve artiesten en aankomende kunstenaars en schrijvers, onder wie de gebroeders Van het Reve, Corneille, Karel Appel en Hanny Michaelis. De laatste noemde De Jong een aartsquerulant, die ’uit God weet uit welk principe van burgermansverachting nooit anders dan met een lepel at, wát er ook op zijn bord lag’. (Nico de Boer)

vrijdag 2 december 2016

Friedrich Nietzsche -- 2 december 1888

Friedrich Nietzsche (1844-1900) was een Duitse filosoof. Uit: Uit mijn leven, vertaald door Charles Vergeer.

[December 1888]
Ik heb nodig
a) Iemand die op mijn maag let.
b) Iemand die samen met mij lachen kan en een uitgelaten type is.
c) Iemand die trots is op mijn gezelschap en 'de anderen' leert mij met respect te behandelen.
d) Iemand die mij voorleest, zonder een boek daardoor dommer te maken.

woensdag 30 november 2016

Louis Sébastien Mercier -- 1 december 1783

Louis Sébastien Mercier (1740-1814) was een Franse schrijver, die beroemd is geworden met Tableau de Paris, een beschrijving in 1050 op zichzelf staande hoofdstukken van het dagelijks leven in Parijs, de ‘hoofdstad van de wereld’. Gedeelten eruit zijn in het Nederlands vertaald (door Willem Derks) onder de titel Niemand ontbijt meer met een glas wijn. Tableau van Parijs 1781-1788. Het fragment hieronder gaat over de eerste vlucht met een waterstofballon. De eerste vlucht met een heteluchtballon had kort daarvoor plaatsgevonden, op 15 oktober.

1 december 1783
Gedenkwaardige dag! [Jacques] Charles en [Nicholas-Louis] Robert verhieven zich in de lucht ten overstaan van een immense menigte die de tuin van de Tuilerieën was binnengelopen of binnengeklommen en de poorten had geforceerd. Wie dit heeft gezien, heeft alles gezien op het gebied van een talrijke, deinende en gevarieerde mensenmenigte. Tweehonderdduizend mensen staken hun armen in de lucht met houdingen van verbazing, bewondering en vreugde; sommigen huilden van angst om de dappere fysici, anderen vielen op hun knieën, verstikt van verbazing, schrik of ontroering: alle toeschouwers waren één met de aeronauten, die kalm en rustig het volk groetten met hun vlaggen die hoger dan de torens wapperden. De nieuwheid en de majesteit van die superbe ervaring; een stralende zon, de luchtreizigers nodend die de aarde vaarwel leken te zeggen; de luchtreizigers zelf, die in het luchtruim verdwenen onder de toejuichingen van hun medeburgers die voor hen baden, huilden, beefden; en ten slotte de immense, prachtig ontvouwde ballon, gelijk een ster of de strijdwagen van een godheid die over de elementen heerst: nooit en nergens ter wereld heeft de fysica een buitengewoner ogenblik tot stand gebracht dat zo tot ieders hart sprak, en nooit zal deze unieke dag weerkeren.
Wat de aandachtige waarnemer het meest trof, waren de vrees en het mededogen die aller harten vervulden en die de blijheid van de bewondering iets smartelijks gaven. Ik heb mensen gehoord die, bij al hun emoties over een nieuwe gewaarwording, zichzelf verweten getuige te zijn van een prachtige, maar levensgevaarlijke proefneming en die zich medeschuldig aan de dood van de aeronauten zouden hebben geacht als het mis was gegaan. Er was geen enkele kwaadwillige in die menigte, allen beefden voor hun naasten, allen baden tot de god van de Ruimte om hun behouden terugkeer op aarde. Liefdevolle belangstelling, teder mededogen, hardop geuite emoties, dat waren de deugden die ik om mij heen bewonderde en die op aller gezichten te lezen waren toen de moed, het genie en de onverschrokkenheid zich boven de wolken verhieven. Zou iemand in zijn hele leven niet méér meemaken dan één dag met zo’n veelomvattende, indrukwekkende, diepe, heerlijke ervaring, dan nog zou hij het leven moeten zegenen.
[...]

Samuel Pepys -- 30 november 1661

Samuel Pepys (1633–1703) was een Britse hoge ambtenaar, die beroemd is geworden vanwege zijn dagboeken.



Saturday 30 November 1661
In the morning to the Temple, Mr. Philips and Dr. Williams about my several law matters, and so to the Wardrobe to dinner, and after dinner stole away, my Lady not dining out of her chamber, and so home and then to the office all the afternoon, and that being done Sir W. Batten and I and Captain Cock got a bottle of sack into the office, and there we sat late and drank and talked, and so home and to bed.

I am this day in very good health, only got a little cold. The Parliament has sat a pretty while. The old condemned judges of the late King have been brought before the Parliament, and like to be hanged. I am deep in Chancery against Tom Trice, God give a good issue; and myself under great trouble for my late great expending of money vainly, which God stop for the future. This is the last day for the old State’s coyne to pass in common payments, but they say it is to pass in publique payments to the King three months still.