donderdag 24 mei 2018

Harry Graf Kessler -- 25 mei 1927

Harry Graf Kessler (1868-1937) was een Duitse kunstverzamelaar, museumdirecteur, schrijver, publicist, politicus, diplomaat en pacifist. Hij hield 57 jaar lang een dagboek bij. Een selectie daaruit is (door Peter Claessens) in het Nederlands vertaald als Dans op de vulkaan.

Zürich-Frankfurt, 25 mei 1927. Woensdag
Vandaag ben ik na precies een jaar naar Duitsland teruggekeerd. Om twee uur in Zürich vertrokken, bij Bazel de grens over. In Freiburg viel zowel mij als Max de lelijkheid van de mensen op die stonden te dringen om de trein binnen te komen. Ook een akelige, grauwe, koude dag. Geen aangename terugkeer naar huis, maar een gevoel van huivering, fysiek en esthetisch.

Leipzig, 27 mei 1927. Vrijdag
De hele dag met Max aan de voltooiing van mijn vitrine gewerkt. Tussendoor de tentoonstelling bezichtigd. Absoluut het interessantste, nieuwste en in kunstzinnig opzicht waardevolste is wat de Russen laten zien. Een paar mij tot nog toe onbekende kunstenaars hebben heel uitmuntend werk daar; bijvoorbeeld Alexander Tychler, Ivan Efimov en Alexej Kravtsjenko. De expositie is door de sovjetregering samengesteld en hierheen gestuurd. Daarnaast zijn de Nederlanders in typografisch opzicht het beste: De Roos, Enschedé, de Lettergieterij Tetterode in Amsterdam, waarvan het Erasmustype van ongekende kwaliteit is, net zoals de typen van de Silver-pers.
[...] Niemand kon uit de tentoonstelling opmaken welke rol Pan, Insel, Blätter für die Kunst of mensen als Peter Behrens, Rudi Schröder, Poeschel, ikzelf bij de ontwikkeling van een goede typografie van het Duitse boek hebben gespeeld. De door de tentoonstellingsleiding (Steiner-Prag) gewekte en beoogde indruk dat die paar boekdrukkunstenaars uit Leipzig, Mathéy, Gruner, Steiner-Prag enz. de beslissende stappen gezet hebben, is een grove misleiding, die eigenlijk buiten alle proporties is. Kappenberg is zodoende terecht verontwaardigd. [...]

woensdag 23 mei 2018

Bertolt Brecht -- 24 mei 1928

Bertolt Brecht (1898-1956) was een Duitse schrijver. Uit: Dagboeken 1920-1922 (vertaald door Hans Hom). Filosoof en theoloog Augustinus (354-430) was bisschop van Hippo en is een van de kerkvaders.

Saint Cyr, eind mei 1928
Ik lees bij gebrek aan pulpromans de Belijdenissen van Augustinus. Ze zijn in een zeer goede stijl, geschreven, dat wil zeggen, deze schrijver weet zich zeer goed uit te drukken, zijn stijl is dus net zomin constant goed als hij zelf of zijn opvattingen. Aangezien hij een bijzonder praktisch aangelegd man lijkt, wordt zijn stijl direct slecht zodra hij aan het bazelen slaat en mystiek wordt. Heel grappig is bij hem die zo typische houding die alle geleerden ten aanzien van hun ontdekkingen aannemen: een jaloerse, gierige, zelfs niet van leedvermaak gespeende houding. Hij behandelt zijn religie als zijn stokpaardje. Zeer hoge verwachtingen heeft hij van de kuisheid. Wat die aangaat geloof ik overigens dat wij een zeer gebrekkige en grove voorstelling hebben van hetgeen daarmee te winnen is.

dinsdag 22 mei 2018

Theodor Fontane -- 23 mei 1852

Theodor Fontane (1819-1898) was een Duitse schrijver. Hij hield enige tientallen jaren een dagboek bij, waarin hij vaak hele periodes tegelijk beschreef. In 1852 bezocht hij Engeland, en hield toen een reisdagboek bij.

Am 23ten (Sonntag). Am Morgen Vanity Fair gelesen; sehr hübsch. Um 2 Uhr zu Bunsen; dieselbe freundliche Aufnahme wie früher. Mit einem Sachsen (Dr. Schmidt) geplaudert, der von Australien kam und in 3 Tagen zurückzukehren gedachte. Er sprach immer noch sächsisch; vivat die Zähigkeit! En familie am Luncheon-Tisch Platz genommen. Luncheon oder Lunch ist Frühstück; es bestand aus: a) Bouillon b) Roastbeef mit Omelette und Kartoffeln, dazu Sherry c) Wildbret-Pastete d) Schinken mit Spargel e) Plumpudding f) Wein-Crême g) Apfelsinen-Salat und Port. So geht das alle Tage, und das heißt Frühstück! Lebt man dagegen nicht wie ein Hund, — und lebt man selbst nicht wieder wie ein Fürst im Verhältnis zu dem millionenfachen Elend rund umher. Solche Betrachtungen sind freilich sehr trivial, aber man kann sich ihrer zu Zeiten nicht entschlagen. Bei Tisch selbst ist das Völkchen munter und von gutem Appetit, eine Anekdote jagt die andre und die verschiednen Sprachen lösen sich dabei einander ab: deutsch, englisch, französisch, italienisch alles bunt durcheinander. [...]

maandag 21 mei 2018

Ralph Josselin -- 22 mei 1650

Ralph Josselin (1616–1683) was the vicar of Earls Colne in Essex from 1641 until his death in 1683. His diary records intimate details of everyday farming life, family and kinship in a small, isolated rural community, and is often studied by researchers interested in the period, alongside other similar diaries like that of Samuel Pepys.

22. my little Mary , very weak, we feared she was drawing on, fear came on my heart very much, but she is not mine, but the Lords, and she is not too good for her father, she was tender of her mother, thankful, mindful of god, in her extremity, she would cry out, poor I, poor I. I went down to the priory about a medicine for worms, as I came up, my heart cheered exceedingly, I was hopeful of her life, fear went of my heart wonderfully through mercy. when I came home, she had had a stool, and 3 great dead worms, Lord in mercy to her, and me, you will bring her up from the grave, and I shall praise thy most holy name, divers texts in the psalms I read this day cheered my heart, the lord I hope speaking those things to me my faith endeavoured to lay hold on them psal. 27. v. 1. 5. 10, both of us even gave her over, and then god gave a reviving, but if I will see this mercy, my duty is to wait. v. 14. psal. 28. v. 1. 6. 7. psal. 30. v. 2. 3. 10. 11. 12, we gave her a clyster it wrought very well praised be my god, she rested sweetly in the afternoon, Major Haynes from London with us.

23. my wife and I rested comfortably, I have a boil on my hip, which pains me the lord I know orders it for good to me, my Mary rested very little the night past, yet she knew me in the morning, the Lord was good to me in the thoughts of the morning, I went to him in his word for something to live on this day and I lay at catch waiting what he would touch my heart with, and in reading these texts spoke to me. Psal. 31. 15. worms, and weakness can do nothing to my babe further than god commissions them, 22. 24. apt I am to fear my babe, but god will give me strength to trust in him, psal. 32. v. 1. 6. happiness is not in the ways of the vain creature, but in the mercies of the living god. v. 7. psal. 33. 18. 19. v. gods mercy reaches to deliver the soul from death.

24: I rested very comfortably with my dear wife this night past, but my Mary very ill, this morning she sleeps sweetly, soundly, to god be praise, this morning many passages in the 34 psalm refreshed me, my little Ralph very ill, when the lord sees good, he will shine again on my tabernacle, and I shall praise him, Dr Wright has fully invested me in the school for his time, and for his right, the lord make me serviceable to his glory therein, and let it turn to my good and advantage, my dear Mary voided six worms more this day. I went to bed at night, but was raised up, with the dolour of my wife , that Mary was dying, she was very near death, but the lord preserved her this night also, oh lord suit my heart unto all thy dealings, show me why you do contend with me, oh mother says she if you could but pull out something handsomely here , (and lays her hand on her stomach) I should be well, lord do it beyond all means, thou alone are more than all.

25: hopes of Maries life especially towards night, but it was only hopes, god is her life, she shall enjoy it in heaven not here, Ralph ill, Lord sanctify your dealings to me, god has taken the fear of it, much from my heart, and helps me in bearing it for which I bless and praise his holy name.


Aarnout -- 21 mei 1982

• In het Het groot bescheurboek (1986) van Wim de Bie en Kees van Kooten staan enige fictieve dagboekfragmenten van ene Aarnout.

vrijdag, 21 mei 1982
Vandaag de hele dag gelezen in het Geheim Dagboek van een puritein, van Samuel Pepys, een 17e eeuwse hoge Engelse ambtenaar.
Dat is natuurlijk ook een oplossing: zo nauwgezet mogelijk de huishoudelijke beslommeringen van alle dag noteren.
31 december 1664: ‘Vandaag mijn balans over het hele jaar opgemaakt. Ik ben er tot na twaalven mee bezig geweest en het was bitter koud; maar ik was wel tevreden over mijn bevindingen want door Gods grote genade bezit ik nu £ 1349; ben dit jaar dus £ 500 rijker geworden.
Zodra de klok één sloeg, ben ik naar mijn vrouw gegaan, die in de keuken bij het haardvuur zat en heb haar gekust en een gelukkig nieuwjaar toegewenst.’
Het nadeel van zo'n alledaagse registratie is natuurlijk, dat hij pas over een eeuw of wat echt interessant gaat worden, terwijl ik bij mijn leven wel graag de vruchten van mijn literaire gaven wil plukken.
De hele avond girorekeningen uitgeschreven. Mijn nieuwe saldo bedraagt ƒ 217,50. Toen ik in bed kwam, sliep Gemma al.

Viktor Sjklovski -- 20 mei 1922

• 'Schrijver's schrijver' Viktor Sjklovski (1893-1984) volgt in zijn Sentimentele reis (vertaald door Charles B. Timmer) de gebeurtenissen in Rusland zoals die plaatsgrepen tussen 1919 en 1923.

20 mei 1922
Ik ga verder met schrijven.
In lang heb ik niet zoveel geschreven, alsof ik van plan ben dood te gaan. Heimwee en een rode zon. Avond.
Ik ben in Moskou gearriveerd. Het trefpunt was in Syromjatniki. Het is kort daarna opgerold.
In Moskou heb ik Lidija Konopljova ontmoet, een blondine met roze wangen. Zij sprak met een Vologda-tongval. Zij was toen al links georiënteerd. Dat kwam haar goed van pas. Ze vertelde dat de boeren op het dorp waar zij onderwijzeres was de bolsjewieken hadden erkend. […]
Mij brachten ze onder op ongeveer zeven werst van de stad, in het krankzinnigengesticht van Saratov. [...]
Ik heb er tamelijk lang gewoond.
Soms heb ik ook wel vlak onder de rook van Saratov in een hooimijt geslapen, maar herinner me niet meer om welke reden.
In het hooi slapen is een kriebelige bedoening en je krijgt er al heel gauw een erg ónsteeds uiterlijk door.
Dan word je ‘s nachts wakker en kijk je, na even wat omhoog te zijn gekrabbeld, naar de zwarte hemel met zijn sterren en dan lig je te peinzen over de zinloosheid van het leven.
De ene zinloosheid die op de andere volgt en het lijkt allemaal zo goed gefundeerd – alleen met in het open veld onder een sterrenhemel.
Tijdens mijn verblijf vonden de transporten plaats van Oostenrijkse krijgsgevangenen naar hun vaderland. Velen van hen hadden helemaal geen zin om te gaan. Zij waren zich bij vreemde vrouwen al lekker thuis gaan voelen. De vrouwen huilden.

zondag 20 mei 2018

Reinier Lucassen -- 19 mei 1975

Reinier Lucassen is een Nederlandse kunstschilder. Hij publiceerde in 1975 enige dagboekbladen in De Revisor.
De wat recalcitrante kunstenaar Rob van Koningsbruggen, tegen wie Lucassen hieronder tekeergaat, baarde in die dagen opzien met zijn 'geschoven schilderijen', die hij vervaardigde door twee met verf bestreken doeken langs elkaar heen te schuiven. Zie ook hier.

19 Mei
Nog een stukje naar aanleiding van de tentoonstelling Fundamentele Schilderkunst in het Stedelijk Museum. Het betreft het geval van die breier R. van Koningsbruggen. In de catalogus van deze tentoonstelling is een gestencilde mededeling toegevoegd, waarop men lezen kan dat R. van Koningsbruggen niet aan deze tentoonstelling wou deelnemen, maar dat ondanks dit er toch werk van hem met zijn toestemming aanwezig is op deze tentoonstelling. Dit is mogelijk gemaakt door de medewerking van de verzamelaar... (de naam van die sul ben ik vergeten) die het werk voor deze tentoonstelling bereidwillig in bruikleen heeft afgestaan. Dat noemen ze twee vliegen in één klap slaan. Echt moeders slimme jongen, die Van Koningsbruggen.

23 Mei
Het wordt steeds treuriger. Het laatste mededelingennummer van het Centraal Museum in Utrecht is nota bene verzorgd door die knoeier R. van Koningsbruggen. Eerst dat trutterige boekje van S. Huismans en nu, het kan niet op, een boekje van de hand van deze superspecialist. Ik vraag mij af wie op het geniale idee gekomen is hem te vragen zo'n bulletin te verzorgen. Deze meester van: hoe maak je twee schilderijen van één heeft een onthullend gesprekje gehad met C. en H. Blotkamp, waar dit mededelingennummer mee opent. Een prachtige opening, dit interview slaat werkelijk alles en dan bedoel ik niet zozeer de vragen als wel de antwoorden die hij op de vragen geeft. Wanneer R. van Koningsbruggen niet inziet dat het beter zou zijn als hij zou stoppen met het maken van zijn lullige schilderijtjes, kan hij in ieder geval mijn goed gemeende raad opvolgen voortaan zijn mond dicht te houden. Dan is het mogelijk dat er nog enige tijd kunstliefhebbers zijn, die zullen geloven dat wat hij maakt iets betekent.