donderdag 23 maart 2017

Eva Meijer -- 24 maart 2007

Eva Meijer (1980) is kunstenaar, schrijver, filosoof en maakt muziek. Ze houdt een weblog-dagboek bij.

woensdag 21 maart
Andijvie

Ik had vandaag een medisch-ethisch dilemma in mijn koelkast. Er zat een beest in de andijvie. Wat voor beest weet ik niet precies, het was een insect, een soort kever, bruinig met pootjes. Hij leefde nog een beetje, een hele prestatie na een week in een andijvie in een plastic zak in de koelkast (en wie weet wat hij daarvoor allemaal meegemaakt heeft). Ik heb het blaadje waar hij (met een overleden soortgenoot waarvan ik niet zeker weet of het wel een soortgenoot was of een ander beest, hij was dood en zwart en leek er wel een beetje op) op zat over de balustrade naar beneden gegooid. Ik heb wel eerst gekeken of er niemand liep. Daarna heb ik de rest van de andijvie weggegooid. Een paar minuten later vroeg ik me echter af of er misschien nog meer dappere dieren in de andijvie zaten en toen heb ik de zak met andijvie weer uit de vuilnisbak gehaald. Ik wist niet goed wat ik ermee aan moest. Ik wilde de hele andijvie over de balustrade gooien, in het gras tussen de bomen maken insecten toch de meeste kans, en bovendien hebben ze voldoende andijvie te eten, maar de achterkant van de flat waarin ik woon kijkt uit op een andere flat en ik was bang dat mensen het zouden zien. Binnen laten liggen vond ik ook geen optie, wat moeten die insecten in mijn huis, en bovendien, de andijvie zou langzaam bederven. Dus ik heb hem voor mijn voordeur gelegd, zodat wie dat wil eruit kan kruipen en een betere plek kan zoeken. Als het donker is breng ik hem naar beneden en leg ik hem in de tuin.

vrijdag 23 maart
Meisje van de achterkant

Soms zie ik iemand lopen van ongeveer mijn leeftijd die er totaal anders uitziet dan ik. Eigenlijk zie ik nooit iemand lopen die er hetzelfde uitziet, maar dit terzijde. Soms raakt het me opeens. Het kan zijn dat ze een strakke spijkerbroek aanheeft met een bomberjack en platte schoentjes en dat ze belt met een nieuwe telefoon, het kan ook zijn dat ze eruitziet alsof ze net haar studie rechten heeft afgerond en op weg is naar haar vriendje (in de trein naar Delft), het kan zijn dat ze in Transvaal woont, een hoofddoek draagt of juist niet en bij de gemeente werkt. Wat me raakt is de overzichtelijkheid. Ik weet hoe haar vrienden eruit zien, ik weet in wat voor huis ze woont, ik weet hoe haar leven zal verlopen en hoe haar leven tot nu toe is verlopen. Ik kan daar soms een beetje jaloers op zijn. Of misschien is jaloers niet het juiste woord. Het maakt me melancholisch. Al die levens die ik niet leef, en de beperkingen van de mogelijkheden van het leven dat ik leef.
Natuurlijk weet ik dat alles relatief is, en iedereen even onzeker. En gewoon zijn wordt vreselijk overschat. Maar toch. Ik zou wel eens een dagje zoals zij willen zijn.

zaterdag 24 maart
Speelgoedwinkels

Om redenen die verder niet zo interessant zijn, bezocht ik de afgelopen weken een aantal speelgoedwinkels. In speelgoedwinkels vind je speelgoed. En kinderen. Kinderen houden van speelgoed. In speelgoedwinkels in Den Haag vind je allerlei soorten kinderen. Blanke kinderen, Marrokaanse kinderen, Turkse kinderen, Surinaamse kinderen en ga zo maar door. Volgens de website van de gemeente Den Haag is bijna vijftig procent van de bevolking in Den Haag van allochtone afkomst. De poppen in de speelgoedwinkel zijn bijna allemaal wit. Er is een zwarte babypop, maar verder zijn alle poppen blank.
Het is 2007.
De toekomst is begonnen.

woensdag 22 maart 2017

Anna Achmatova -- 23 maart 1962

Anna Achmatova (1889-1966) was een Russische dichteres. Dagboekfragmenten van haar zijn opgenomen in De echte twintigste eeuw (vertaald door Alissa Leigh en Silvana Wedemann).

DE GEBOORTE VAN EEN VERSREGEL
De vonk van een stoomtrein

Ik reed in de zomer van 1921 van Tsarskoje Selo naar Petersburg. De voormalige derdeklassewagon zat stampvol, zoals toen altijd het geval was, met allerlei mensen gebogen onder zware tassen, maar het lukte me om een plaats te vinden, ik ging zitten en keek uit het raam naar alles - zelfs wat bekend was. En plotseling, zoals altijd onverwacht, voelde ik het naderen van een paar versregels (een rijm). Ik kreeg een ondraaglijke aandrang om te roken. Ik begreep dat ik zonder sigaret niets zou kunnen verrichten. Ik viste in mijn handtas en vond een of andere gekreukte 'Sappho', maar... geen lucifers. Ik had er geen en de mensen in de coupé hadden er ook geen. Ik ging naar buiten, naar het open balkonnetje. Daar stonden jonge soldaten van het Rode Leger als ketellappers te vloeken. Zij hadden ook geen lucifers - maar dikke, rode, zowaar bijna levende vette vonken van de stoomketel landden op de leuning van het balkon. Ik begon mijn sigaret tegen hen aan te houden (drukken). Ongeveer bij de derde vonk brandde de sigaret. De kerels, die gretig mijn kunstjes hadden gevolgd, waren verrukt. 'Die redt het wel,' zei een van hen over mij. Het gedicht was 'Jij komt niet meer onder de levenden...'. Zie de datum op het manuscript- 16 augustus 1921 (misschien oude stijl).

1962

dinsdag 21 maart 2017

Eugène Delacroix -- 22 maart 1850

Eugène Delacroix (1798-1863) was een Franse schilder. Dagboekfragmenten en brieven van zijn hand zijn verzameld in Ik heb het niet over middelmatige mensen (vertaling: Joop van Helmond).

Vrijdag 22 maart. [1850]
[...] Wat ik hier maar wil zeggen, is dat in tegenstelling tot de barokke ideeën van vooruitgang die door Saint-Simon en anderen in zwang zijn gebracht, de mensheid op goed geluk koerst, wat men er verder ook over heeft gezegd. Als op de ene plek perfectie overheerst, heerst op een andere de barbarij. Fourier doet de mensheid niet de eer aan hem volwassen te vinden. Wij zijn op z’n best niet meer dan grote kinderen; in de tijd van Pericles en Augustus zaten we nog in de luiers; onder Lodewijk xiv met Racine en Molière kwamen we amper verder dan wat gebrabbel. India, Egypte, Nineve en Babylon, Griekenland en Rome, dat alles heeft onder de zon bestaan, heeft de vrucht van de beschaving op een hoogte gebracht waarvan de verbeelding van de moderne mens zich amper een idee kan vormen en dat alles is ten onder gegaan, bijna zonder een spoor na te laten; het beetje dat ervan rest, is echter onze hele erfenis; wij danken aan die antieke beschavingen onze kunst, waarin we hen nooit zullen evenaren, de luttele juiste ideeën die we er over van alles en nog wat op na houden, het kleine beetje van sommige principes die ons nog als leidraad dienen in de wetenschappen, de geneeskunde, in de kunst van het regeren, het bouwen en per slot het denken. Ze zijn in alles onze meesters en alle toevallige ontdekkingen die ons op bepaalde punten in de wetenschappen een voorsprong hebben gegeven, hebben ons niet voorbij het niveau weten te brengen van de morele superioriteit, waardigheid, grootsheid die de klassieken uittillen boven het gewone menselijke bereik. [...]

maandag 20 maart 2017

Sigurd von Ilsemann -- 21 maart 1933

Sigurd von Ilsemann (1884-1952) was vleugeladjudant van de Duitse keizer Wilhelm II. Een ruime keuze uit zijn dagboeken is in het Nederlands vertaald als Wilhelm II in Nederland.

21 maart 1933
Omdat ik Sell tijdens zijn driedaagse verblijf in Doorn nauwelijks gezien had, bracht ik hem zo-even naar het station. Hij vertelde toen dat hij en Dommes de kroonprins verzocht hadden niet aan de plechtigheid van vandaag in de Garnisonskirche in Potsdam deel te nemen, vooral omdat hij daarvoor geen uitnodiging gekregen had. Hij beloofde het. Toch is hij gegaan en zijn broers stonden bij de Stahlhelm opgesteld. De kroonprins telegrafeerde zijn vader dat hij bij de grote historische gebeurtenis heden in Potsdam in alle trouw aan hem gedacht had. Behalve dit telegram kwamen van het zestig miljoen tellende volk nog elf andere telegrammen binnen; Wellicht in verband hiermee zei de keizer tegen Sell dat men hem in Duitsland levend had begraven, 's Morgens zus, 's avonds zo, 't is werkelijk moeilijk vast te stellen hoe de hoge heer zijn kansen op een terugkeer op de troon nu werkelijk inschat.

25 maart 1933
Voor vandaag had ik voor de keizer een uitstapje naar Kasteel 's-Heerenberg gearrangeerd, maar hij ligt in bed en is ziek. Hij zei echter dat zijn kleinzoon Louis Ferdinand en professor Bodo Ebhard, die vanmorgen vroeg arriveerden, samen met alle heren moesten gaan. Alleen ik mocht thuisblijven om hem gezelschap te houden. Er viel echter niets aangenaams te bespreken, integendeel: ik meldde dat Hider in de Rijksdag verklaard had dat de regering het vraagstuk van het herstel van de monarchie thans als onbespreekbaar beschouwt. Dat was een voltreffer. Ik nam de hoge heer heel nauwkeurig op. Zijn gelaatstrekken verstrakten, zijn ogen werden heel groot en hij kreeg niet meer over zijn lippen dan het ene woord: 'zo!'. Zoals hij dat zei, klonk het als de bevestiging van een veroordeelde die zijn vonnis te horen krijgt. En dat zou het voor hem ook wel eens kunnen zijn.
Jarenlang hebben Kleist, Levetzow, Grancy en zijn eigen vrouw hem wijsgemaakt dat de weg naar de troon via de nazi's zou lopen, hoewel hij daar weliswaar niet altijd in geloofd heeft, toch wel lang genoeg, vooral de laatste dagen weer. Nu weet hij hoe de nazi's denken en wat hij van hen kan verwachten. Vanmiddag zal hij de rede van de nieuwe kanselier lezen, die ik hem zal brengen. Mocht hij in de toekomst anders spreken en schrijven, in zijn onderbewustzijn zal hij aanvoelen dat zijn oordeel geveld is. Dat begreep hij toen ik het hem vandaag zei. Hoewel ik daarna nog een uur aan zijn bed zat, sprak hij er met geen woord meer over.

27 maart 1933
Vandaag zei de keizer mij dat het triumviraat (wie hij behalve Hitler en Göring bedoelde weet ik niet) helemaal niet in staat is te regeren.6 Zij zullen binnenkort vastgelopen zijn. Praten konden de nazi's wel en vooral propaganda maken, maar tot handelen waren zij niet in staat. Op deze toon vervolgde hij toen en hij sprak jammer genoeg ook weer behoorlijk scherp over Hindenburg, van wie hij de laatste tijd in de Illustrierte meer foto's heeft gezien dan hem lief is, Het irriteerde hem vooral de veldmaarschalk in de staatsopera in zijn loge te zien.
Nog altijd komen er talrijke brieven over de gebeurtenissen in Duitsland bij Z.M. binnen. De inhoud is in drie categorieën te verdelen: brieven over de terugkeer van de keizer als monarch, andere over zijn terugkeer als privépersoon en ten slotte brieven waarin alleen steun wordt betuigd. Schwerin heeft het bevel gekregen alle brieven te beantwoorden met de insteek dat alleen de keizer de orde in het vaderland kan herstellen en dat er derhalve harder dan ooit gewerkt moet worden voor zijn terugkeer.

zondag 19 maart 2017

Julius Otto v. d. M. -- 20 maart 1910

• Julius Otto v. d. M. (1862-?) is een van de anonieme Duitsers van wie een op 20 maart gedateerde dagboekbijdrage is gepubliceerd in de Süddeutsche Zeitung, in de serie 'Und immer wieder Frühling: 100 Jahre Zeitgeschichte in privaten Notizen'.

20. März 1910
Es ist Sonntag vormittag. Der Postbote mit den Zeitungen und Briefen ist noch nicht da. Daher will ich noch etwas in dies Buch schreiben. Friedel ist gestern Abend aus Coes-lin zu den Ferien gekommen. Da er von morgens 6 Uhr bis abends 10 Uhr unterwegs ist, so kann er sich am Tage nach seiner Ankunft von Herzenslust ausschlafen, was denn auch bis zum Mittag meist ausgedehnt wird. Glücklicherweise ist er nach Quarta versetzt. Adi kommt am Dienstag und ist auch versetzt (nach Unter-Secunda).
Der Schnee ist dieses Jahr sehr früh verschwunden. Ende Februar haben wir bereits mit Pflügen angefangen. Nachts ist es jedoch noch recht kalt und die Vegetation daher nicht weiter als in anderen Jahren. Es hilft aber schon sehr, daß wir pflügen können und kommt namentlich mir zugute, da durch den Chausseebau die Herbstarbeiten zurückgeblieben waren.
Kiefern habe ich bereits 300000 gepflanzt und ältere Anpflanzungen nachgepflanzt. Wer weiß, wer in 80 bis 100 Jahren den größten Nutzen haben wird.

Beatrice de Graaf -- 19 maart 2013

Beatrice de Graaf (1976) is hoogleraar geschiedenis. In 2013 hield ze voor De jonge akademie een weekdagboek bij.

Dinsdag
Opnieuw gelukt met de timing. De oudste op school afgeleverd, de jongste twee zijn thuis. De oppas uit Turkmenistan is vandaag vrij omdat haar jongste zoon trouwt, een feest waar wij later op de dag ook nog naar toe zullen gaan. We hebben deze familie van inmiddels ingeburgerde en genaturaliseerde politieke vluchtelingen jaren geleden leren kennen en zijn onder de indruk van hun veerkracht. Ze hebben de taal geleerd, een studie gedaan, eigen bedrijfje opgezet en daarbij vooral hun levenslust en Turkmeense humor en gastvrijheid behouden. Maar goed, door die trouwerij hebben we vandaag geen oppas, dus met kunst en vliegwerk worden de gaten gedicht. De driejarige kleuter mag haar Sneeuwwitje-jurk combineren met bouwhelm en paarse legging als ze verder niet protesteert terwijl ik de drukproeven van de oratie corrigeer. Wat een vervelend werk is dat altijd, alle cursiveringen en witregels zijn weggevallen.

Gelukkig ben ik net op tijd klaar om naar Amsterdam af te reizen voor de vergadering van De Jonge Akademie, en aansluitend de installatie van de tien nieuwe leden van dit jaar bij te wonen. Ik schaam me, want ik heb de commissievergaderingen gemist. Een paar seconden nadat ik in het plenaire gedeelte binnenval, is het wetenschapsbeleid aan de orde, dat komt goed uit. Bestuurslid Appy Sluys en Lieven Vandersypen hebben een verhelderend stuk geschreven waarin zij de misvattingen aan de kaak stellen die de debatten over de topsectoren teisteren. Kortweg: fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek moeten niet op één as tegenover elkaar gezet worden, maar in een matrix worden geplaatst van twee assen (pragmatisch/fundamenteel en toepassingsgericht/nieuwsgierigheidsgedreven), die leiden tot vier kwadranten. In de huidige situatie wil het bedrijfsleven alleen maar investeren in het pragmatisch/toepassingsgerichte kwadrant, beweert Economische Zaken dat fundamenteel onderzoek wel degelijk wordt gefinancierd maar trekken alle drie de andere kwadranten aan het kortste eind. Jammer dat de installatie van de nieuwe leden niet live wordt uitgezonden en dat niet alle actoren in dat topsectorendebat worden gedwongen ernaar te kijken. Wat een elan, gedrevenheid en talent: van onderzoek naar verspreiding van malaria (hoezo staat toepassingsgericht tegenover nieuwsgierigheidsgedreven of fundamenteel?), naar bestudering van wetenschapsfraude in de 19e eeuw, alle onderwerpen en presentaties (van 3 minuten!) zijn even vindingrijk en boeiend.

Ik moet weer hollen om de trein te halen (geen tijd om een panty te kopen), het gezin pikt me op op een klein stationnetje, en we rijden met z’n allen naar het éénkamerappartement van de zoon van de oppas die daar zijn bruiloft viert. De mannen staan in het tuintje van twee bij twee te barbecueën, de vrouwen zitten binnen vol schalen overdadige hapjes te kletsen in een mengelmoes van Russisch, Dagestaans en Nederlands. De bruid is zwanger van de derde, hoe ze dat allemaal in dat flatje gaan regelen? Onze kinderen kunnen zich dankzij de oppas prima verstaanbaar maken, wij met handen en voeten. We krijgen een lading pelmeni en hapjes in druivenbladeren mee naar huis, heerlijk. Toch ga ik daarna nog even hardlopen, in de vage hoop dat dat nog wat uithaalt voor vrijdag.

André Van Damme -- 18 maart 1951

André Van Damme (1924-2014) wa in de jaren veertig en vijftig militair. Hij werd uitgezonden naar Korea, en hield over die periode een dagboek bij.

18 MAART 1951 (zondag)
De gevormde Patrouille vertrok per boot voor de oversteek van de Han om 08.15 uur. Om 09.12 uur om exact te zijn, hoorden wij plots een geweldige ontploffing, ik vermoedde dat de Patrouille op een mijn was gelopen. lSgt Lochs liep samen met mij als gekken naar buiten. Wij moesten even wachten op een Amerikaanse stormboot om de oversteek te maken en om ons te vergewissen van de toestand aldaar na de ontploffing. Eenmaal aangekomen werd ons vermoeden bevestigd, de toestand was ongelooflijk pijnlijk voor ons. Onze Cie. Commandant was als het ware aan stukken gereten, wij hadden de stoffelijke resten in een tentzeil gelegd. De Amerikaanse kapitein konden wij zelfs niet meer terug vinden, terwijl Lt. Verhaegen meters ver was geslingerd waarbij zijn mantel meer op een zeef leek dan op een kledingstuk, "God zij dank was hij niet ernstig gewond". De andere militairen van de Patrouille waren lichtgewond. Wij hebben Lt. Beaupres dode lichaam (de resten) per stormboot terug gebracht, vervolgens op een jeep gelegd en naar de P.C. van de Cie. gebracht.

N.B. Dit was een dag om nooit te vergeten. Lt. Beaupres was een uitstekend officier en zeer moedig. Trouwens had hij ook deelgenomen als Commando Officier aan de gevechten in Italië-Joegoslavië en Walcheren. Hij was ook bij de eersten om zich aan te melden voor de oorlog in Korea, alhoewel hij een zelfstandig zakenman was in het burgerleven.

De dag van het ganse gebeuren had Padre Van de Goten nog een zielenmis opgedragen waarbij gans de Cie. aanwezig was. Dit vooral had onze Cie. een zware morele deuk gegeven. Wij zullen hem nooit vergeten.

19-20 MAART 1951
Wij rukten verder op, maar er was niets te melden.

22 MAART 1951
Omstreeks 10.00 uur werden wij onder vuur genomen waarbij wij toch twee krijgsgevangenen gevangen namen. Wat later om 12.00 uur werden wij weer onder vuur genomen. De Commandant Poswick, 1 ste Lt. Janssens, 1 ste Sgt. Lochs en ikzelf gingen op verkenning, waarbij er duchtig heen en weer werd gevuurd, hierbij viel onze eerste gekwetste, namelijk soldaat Oderie, Met de hulp van drie soldaten en een USA tank heb ik hem naar de hulpdiensten kunnen brengen. Na een verblijf van enkele maanden hospitaal in Japan was hij gered en kon hij uiteindelijk naar België gebracht worden.